Doelstelling

Stichting Oceans at Work werkt mee aan een totaal nieuwe kijk op het kweken van zeevis. Viskweek is noodzakelijk voor een gezonde toekomst van de oceanen, zodat natuurlijke vispopulaties niet langer worden overbevist. Maar de huidige aquacultuur is toe aan vernieuwing, een slag die we met scharrelvis willen maken. Als het aan stichting Oceans at Work ligt, ligt scharrelvis in 2020 op je bord.

Waarom scharrelvis?

De vraag naar dierlijke eiwitten neemt met de groeiende wereldbevolking in hoog tempo toe. In 2050 zijn er 9 miljard monden te voeden. Met de efficiënte wijze waarop vissen hun voedsel omzetten in visvlees, vormen zij de meest geschikte kandidaat om in die eiwitbehoefte te voorzien.

Maar de benodigde hoeveelheid vis kan niet uit zee komen. Door overbevissing heeft 85% van de natuurlijke vispopulaties zijn grenzen bereikt. Er moet worden uitgeweken naar kweekvis, wat al in ruime mate gebeurt. Sinds de jaren 80 van de vorige eeuw zit de aquacultuur in de lift. En in 2010 overtrof de hoeveelheid kweekvis de hoeveelheid wildvang.

Door de pijlen te richten op aquacultuur zijn we er nog niet. Huidige technieken gebruiken veel energie en zorgen voor veel afval. De kweekvis krijgt vismeel te eten, afkomstig uit wildvang - niet duurzaam dus. En onnatuurlijke leefomstandigheden zorgen voor sterfte en ziekte. In de veeteelt zijn zulke condities al sinds lange tijd niet meer acceptabel, vandaar de opkomst van scharrelvlees. Nu is het de beurt aan scharrelvis!

Praktijktest mogelijk maken

Stichting Oceans at Work zoekt naar wegen om een praktijktest uit te voeren waarmee de potentie van scharrelvis als consumptievis kan worden aangetoond. Visbroed van bijvoorbeeld tarbot, gevoerd met natuurlijk plankton en in een omgeving waar de opgroeiende dieren hun natuurlijke gedrag kunnen vertonen, krijgt een kickstart voor het verdere leven. Met een succesvolle uitkomst is opschaling van het scharrelvis-concept mogelijk en kunnen stappen worden gezet naar de afzetmarkt.

Visbroed (foto: W. van Egmond)
Visbroed (foto: W. van Egmond)